Het staat al een tijdje op mijn lijst: een vest haken. Dus ben ik op zoek gegaan naar een gemakkelijk haakpatroon voor een vest, dat ook nog eens past! Zou het niet fijn zijn om een algemeen basispatroon te hebben, dat je aan kunt passen naar je eigen maat?

Ik heb het geprobeerd en het is gelukt! Wil je ook een vest haken? Gebruik dan deze tutorial. Het gaat om een open vest, zonder knoopsgaten of rits. Dus een makkelijk vest, dat je bijvoorbeeld bij een top of jurkje aantrekt.

Vest haken


  1. Breedte vest bepalen

    Neem je meetlint en meet je borstmaat. Haal het meetlint vanachter je rug, onder je oksels door naar voren en over het volste gedeelte van de borst. Bekijk hoe strak je het vest uiteindelijk wil hebben.
    Dit wordt de breedte van je vest. In mijn voorbeeld pak ik 100 cm.

  2. Hoogte bepalen

    Bedenk hoe lang je het vest wil hebben. Meet de lengte vanaf je oksels naar beneden. Schrijf die lengte op. Later komt daar nog een stuk bij, maar dat bepalen we tijdens het haken.

  3. Proeflapje haken

    Kies een steek en haak een lapje van minstens 10 cm breed en 10 cm hoog. Tel het aantal steken dat je nodig hebt voor 10 cm en het aantal toeren voor 10 cm hoogte. Hiermee bepaal je later de steken en toeren voor je vest.
    Als voorbeeld neem ik nu 18 steken voor de breedte en 12 toeren voor de hoogte.

  4. Achterpand vest haken

    Reken uit hoeveel steken je nodig hebt voor de breedte van je achterpand. Je hebt in stap 1 de breedte voor je vest berekend. De helft hiervan is voor het achterpand. Dus als je achterpand 50 cm breed wordt, en je proeflapje gaf aan dat je bijvoorbeeld 18 steken voor 10 cm nodig had, dan heb je 5 x 18 steken nodig (90 steken).
    Haak een lossenketting met dit aantal lossen.
    Let op, als de eerste steek een:
    – vaste is, haak je één extra losse en start je de nieuwe toer in de tweede losse vanaf de naald.
    – een halfstokje is, haak je 2 extra lossen en start je de nieuwe toer in de derde losse vanaf de naald.
    – een stokje is, haak je 3 extra lossen en start je de nieuwe toer in de vierde losse vanaf de naald.

    Haak het aantal toeren dat je nodig hebt, tot je bij de armsgaten bent.
    Voor de armgaten minder je 2 tot 3 cm aan beide kanten. Als je in dit geval voor 2 cm kiest, zijn dat 18:5 steken = 3,6 steken. Rond deze af naar 4 steken.
    In het begin van de volgende toer start je dan met 4 halve vasten, haak je nog 82 steken en keer je het werk, voor de laatste vier steken die overblijven aan het einde van de toer.

    Meet nu hoe hoog het vest moet worden, vanaf de armsgaten tot je schouders. Bijvoorbeeld 22 cm.
    Haak tot je nog ongeveer 1 cm moet haken. Dus in dit geval bij 21 cm.

    Deel het aantal steken door 3. (schouder, hals, schouder)
    In dit geval 82:3 = 27,33. Dat komt niet mooi uit. Maak hiervan 27 + 28 + 27 = 82.
    De schouders krijgen allebei 27 steken, de hals krijgt er 28.
    Haak de eerste 27 steken verder in je patroon tot je bij de gewenste hoogte bent. Dus nog 1 cm hoogte. Hecht af. Herhaal dit voor de andere schouder.
    De 28 steken in het midden zijn voor de hals. Deze zijn nu overgeslagen.

  5. Voorpand vest haken

    Manier 1, met naden:
    Neem het aantal steken dat je overhad voor je schouder en tel daar de steken van het armsgat bij op.
    In dit geval 27 + 4 = 31.
    Haak dit pand op dezelfde manier als het achterpand, alleen wordt het smaller.
    Je hoeft nu geen rekening met de hals te houden. Dus na het armsgat kun je doorhaken tot de schouder. (In dit geval 22 cm).
    Haak nog een voorpand.

    Manier 2, naadloos:
    Haak door na het haken van het rugpand. Je hebt daar een aantal steken voor de schouder gehaakt. In plaats van af te hechten, kun je ook doorhaken.
    Je blijft doorhaken in het patroon, met in dit geval 27 steken. Als je bij het armsgat bent, neem je voor dat aantal steken een lossenketting. In dit geval vier lossen, plus 3 extra om te kunnen keren (voor een stokje, zie stap 4).
    Keer en haak in dit geval dus 4 extra steken. Haak nu verder in het patroon, tot je voorpand dezelfde lengte heeft als het achterpand.
    Herhaal dit ook voor het andere voorpand.
    Op deze manier heb je geen naden bij de schouders.

  6. Panden vastzetten

    Leg de voorpanden tegen het achterpand, met de goede kanten tegen elkaar aan. Naai de schouders aan elkaar vast.
    Naai de zijkanten, vanaf de armsgaten tot de onderkant, aan elkaar vast.

  7. Boord voor het vest haken

    De onderkant van het vest kun je afwerken met een boord. Bedenk hoe hoog je boord moet worden.
    Het wordt een boord met halve stokjes, een lange strook die later aan het vest vastgezet wordt.
    Haak een lossenketting die de gewenste hoogte heeft (bijvoorbeeld 8 cm). Haak één extra losse.
    Toer 1: Haak een halfstokje in de tweede losse vanaf de naald en de overige lossen. Haak een extra losse en keer.
    Toer 2: Haak een halfstokje in de achterste lussen, haak een extra losse en keer.
    Herhaal toer 2 totdat je strook net zo lang is als de onderkant van je vest.
    Leg de strook en de onderkant van het vest met de goede kanten tegen elkaar aan en naai vast.

  8. Mouwen voor het vest haken

    Dit is even een pittig stukje, omdat je veel moet meten en berekenen.
    Meet de omtrek van je armsgat. Bijvoorbeeld 48 cm.
    Meet de omtrek van je pols en bepaal met je meetlint hoe ruim die moet worden. Bijvoorbeeld 21 cm.

    Bereken nu met je proeflapje hoeveel steken je voor de pols en het armsgat nodig hebt.
    In dit geval: 4,8 x 18 = 86,4 steken voor de bovenkant van je mouw en
    2,1 x 18 = 37,8 steken voor de onderkant (pols).
    Deze rond ik af op 87 en 38.

    Meet hoe lang je mouw moet worden, terwijl je het vest past. Meet van armsgat tot je pols en houd rekening met een eventuele boord die je er later nog aan vastmaakt.
    Bijvoorbeeld 45 cm.

    Dat betekent dat je start met 38 steken en 45 cm hebt om te meerderen naar 87 steken.
    In mijn voorbeeld heb je 4,5 x 12 toeren = 54 toeren.

    Eerst bereken ik het aantal steken dat gemeerderd moet worden: 87 – 38 = 49
    Dat is niet handig, ik moet een even aantal hebben. Prima, dan maak ik er 37 steken van, in plaats van 38.
    87 – 37 = 50
    Deel dit aantal door 2, omdat je straks steeds aan beide kanten van je mouw meerdert. In dit geval gaat het om 25 keer meerderen.
    Dus in 54 toeren moet er 25 keer gemeerderd worden.
    Even rekenen: 54:25 = 2,16.
    Iedere 2e toer zou ik kunnen meerderen en de laatste 4 toeren meerder ik niet meer.

    Soms komt er bijvoorbeeld iets met halven uit, zoals 3,5. Dan meerder je om en om iedere 3e en iedere 4e toer.
    Wat mij helpt is het even uitschrijven. Ik schrijf het aantal toeren onder elkaar en bepaal dan in welke toer ik meerder.
    Uiteindelijk tel ik dat na, om te zorgen dat ik uiteindelijk genoeg gemeerderd heb.
    In dit geval zou er achter 25 van de 54 toeren staan dat ik in die toeren meerder.

    Als je dit berekend hebt, kun je gaan haken.
    Ik meerder meestal in de tweede en de voorlaatste steek van de toer.

    Als de mouw klaar is, leg je de bovenkant en het armgat met de goede kanten tegen elkaar en naai je ze vast. Als je nog een boord wil, haak je die op dezelfde manier als in stap 7. Naai deze vast aan de onderkant van de mouw.
    Naai de zijkanten van de mouw aan elkaar.

  9. Afwerking vest

    Ik kies ervoor om nog een soort van boord aan de voorpanden en de hals te maken.
    Start met een toer halve stokjes, aan de goede kant van je vest. Begin onderaan het linkervoorpand, ga door over de hals en eindig onderaan bij het rechtervoorpand. Haak een losse en keer.
    Toer 2: Haak een halfstokje in de achterste lussen van de vorige toer. Haak een losse en keer.
    Herhaal toer 2 tot je de gewenste breedte bereikt hebt.

    Werk alle draadjes weg en geniet van je vest!